Gageafspraak

Checklist

Waar moet je op letten als je een technische rider schrijft die de zaal echt leest?

Door Gepubliceerd op Bijgewerkt op 7 minuten lezen

Een Nederlandse vereniging of culturele plek. Beeld bij het artikel: Waar moet je op letten als je een technische rider schrijft die de zaal echt leest?
Beeld gegenereerd met kunstmatige intelligentie

De meeste riders worden niet gelezen omdat ze te lang zijn, te laat komen of vol staan met eisen die niemand kan waarmaken. Een goede rider is twee pagina's die een technicus in vijf minuten doorneemt en waarna hij precies weet wat hij moet klaarzetten. Deze checklist loopt blok voor blok langs wat erin hoort, in de volgorde waarin een zaal het leest.

Waarom riders in de la belanden

Een technicus in een middelgrote zaal krijgt per week meerdere riders binnen, vaak op de dag zelf. Wat hij zoekt is kort: hoeveel kanalen, wie brengt wat mee, hoe laat is de line check en wat mag er absoluut niet vergeten worden. Alles wat die vier vragen vertraagt, werkt tegen je.

Drie dingen maken een rider onbruikbaar. Hij is te lang, waardoor de kern verdwijnt tussen wensen. Hij is verouderd, waardoor de kanalenlijst niet meer klopt met de bezetting. Of hij komt los van de boeking binnen, waardoor niemand weet of dit de laatste versie is. Die derde is het makkelijkst op te lossen: koppel de rider als bijlage aan de bevestiging, zodat versie en afspraak bij elkaar horen. Welke onderdelen er verder in die bevestiging thuishoren, staat in de gids over alles wat er in een boekingsbevestiging moet staan.

De opbouw: twee pagina's in een vaste volgorde

Houd de volgorde hieronder aan. Een technicus die vaker met riders werkt, weet dan na een halve pagina waar hij moet kijken, ook als hij jouw naam nog nooit heeft gezien.

  1. Kopregel met artiestnaam, datum, bezetting en versiedatum.
  2. Contactgegevens en tijden.
  3. Podiumplan met monitorindeling.
  4. Kanalenlijst.
  5. Geluid, licht en stroom.
  6. Backline: wat jij meebrengt en wat je vraagt.
  7. Kleedkamer, catering en parkeren.
  8. Afwijkingen voor deze specifieke boeking.

De laatste regel is de belangrijkste en wordt het vaakst vergeten. Een rider is een standaarddocument; elke boeking heeft afwijkingen. Zet die onder aan de pagina in plaats van in de standaardtekst te knippen, dan blijft de basis stabiel.

Blok 1: contact en tijden

Zet bovenaan wie er op de dag zelf bereikbaar is en op welk nummer. Niet het algemene bureau, maar de persoon die in de bus zit. Daarnaast horen de tijden die de zaal nodig heeft om zijn eigen planning te maken.

  • Aankomsttijd en gewenste laadtijd.
  • Opbouwtijd die je nodig hebt, in minuten.
  • Soundcheck: begintijd en duur.
  • Line check als er geen volledige soundcheck mogelijk is.
  • Speeltijd, en of er een pauze in zit.
  • Afbouwtijd en het moment waarop het podium leeg is.
  • Hoeveel personen er meekomen, inclusief technici en chauffeur.

Vraag geen anderhalf uur soundcheck als drie kwartier volstaat. Een reële opgave levert je op de dag zelf meer op dan een ruime marge die de zaal toch inkort.

Blok 2: podiumplan en kanalenlijst

Het podiumplan is een tekening, geen tekst. Zet de posities erop, nummer de monitors en geef per positie aan wat daar staat. Een plan dat op een telefoonscherm leesbaar blijft, wint het van een fraaie tekening die alleen op A3 werkt.

Wat op het plan hoort

  • De positie van elke muzikant, met naam en instrument.
  • Genummerde monitorwedges of in-ears, met per monitor de gewenste mix in twee woorden.
  • De plek van versterkers, drumriser en toetsen.
  • Waar je stroom nodig hebt en aan welke kant.
  • Ruimte die je vrij wilt houden voor bewegingsvrijheid of decor.

De kanalenlijst

Nummer elk kanaal, noem de bron, de gewenste microfoon of DI en of je die zelf meebrengt. Zet een kolom voor opmerkingen, bijvoorbeeld dat een kanaal alleen in het derde nummer wordt gebruikt. Een lijst met vijftien kanalen die klopt, is beter dan een lijst met vierentwintig kanalen die de helft van de tijd leeg blijft.

KanaalBronMicrofoon of DIZelf mee
1BassdrumDynamische bassdrummicrofoonNee
2Snare bovenDynamische instrumentmicrofoonNee
3Overheads linksCondensator, klein membraanNee
4BasgitaarActieve DIJa
5GitaarversterkerDynamische instrumentmicrofoonNee
6Toetsen stereoTwee DIJa
7LeadzangDynamische zangmicrofoonJa
8AchtergrondzangDynamische zangmicrofoonNee

Deze tabel is een voorbeeldindeling, geen voorschrift. Het punt is de kolom rechts: wie wat meebrengt, is de vraag die de meeste tijd bespaart en de meeste ergernis voorkomt.

Blok 3: geluid, licht en stroom

Schrijf geen merknamen die alleen in grote zalen voorkomen. Beschrijf wat je functioneel nodig hebt, dan kan een zaal met ander materiaal alsnog leveren. Voor licht is een korte beschrijving van de sfeer per set nuttiger dan een lijst met armaturen.

Stroom verdient een eigen regel. Geef aan hoeveel groepen je nodig hebt en waar. In Nederland vallen de elektrische arbeidsmiddelen die een zaal in gebruik heeft onder periodieke inspectie volgens NEN 3140, en hijs- en hefgereedschap, bijvoorbeeld voor een truss, moet volgens het Arbobesluit ten minste eenmaal per jaar worden gekeurd. Dat is de verantwoordelijkheid van de zaal, maar het is redelijk om in je rider te vragen dat aangeleverde stroompunten en ophangvoorzieningen in orde zijn. De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op de arbeidsomstandigheden, ook op de podiumvloer.

Als je met een eigen technicus komt

Zet dan expliciet in de rider wat hij overneemt en wat de huistechnicus doet. Onduidelijkheid daarover leidt op de dag zelf tot dubbel werk of, erger, tot niemand die de monitormix doet tijdens het optreden.

Blok 4: backline en wat je zelf meeneemt

De kern van dit blok is een tweekolomsindeling: wat komt met de bus mee en wat vraag je van de zaal. Vermijd de formulering dat iets "aanwezig moet zijn" zonder alternatief. Zet er een acceptabele tweede keuze bij, dan hoeft niemand te bellen.

  • Drumstel: welke onderdelen wel, welke niet, en welke maten je prettig vindt.
  • Versterkers: wat je meeneemt, en welk type je als alternatief accepteert.
  • Toetsen en statieven.
  • Aantal statieven, kabels en verloopstukken dat je zelf meebrengt.
  • Wat er absoluut niet gedeeld kan worden met een andere act op dezelfde avond.

Bij festivals met wisselacts is die laatste regel goud waard. Op een dag met vier bands en twintig minuten wissel bepaalt gedeelde backline de hele planning. Hoe zo'n zomer eruitziet als je meerdere podia op een weekend hebt staan, is uitgewerkt in het verslag over een festivalzomer zonder dubbele boekingen en zoekgeraakte riders.

Blok 5: kleedkamer, catering en parkeren

Houd dit blok kort en concreet. Vraag om wat je werkelijk nodig hebt: een afsluitbare ruimte, water, een maaltijd op een genoemd tijdstip, en parkeerruimte voor een genoemd aantal voertuigen met afmetingen.

Vermeld dieetwensen en allergieën apart en op tijd. Wie eten verstrekt, valt onder de Europese regels voor allergeneninformatie uit verordening 1169/2011, met veertien aangewezen allergenen. Ook voor onverpakte gerechten moet die informatie beschikbaar zijn; mondeling verstrekken mag als het schriftelijk is vastgelegd en duidelijk is waar je het kunt opvragen. Voor de zaal is het praktisch als jouw opgave meteen bruikbaar is, dus noteer het allergeen en niet alleen "geen noten graag".

Staat er drank op de lijst, houd dan rekening met de Alcoholwet, die sinds 1 juli 2021 zo heet. De leeftijdsgrens voor het verstrekken van alcohol is 18 jaar, ook backstage en ook als het om consumptiebonnen gaat. Voor jeugdbands is dat geen detail maar de reden om het op te schrijven.

De rider onderhouden

Een rider veroudert sneller dan je denkt. Elke bezettingswijziging, elk nieuw instrument en elke verandering in de setlijst raakt de kanalenlijst. Spreek af wie de rider beheert en zet een versiedatum in de kopregel, zodat een zaal kan zien of hij met de laatste versie werkt.

  • Werk de rider bij zodra de bezetting verandert, niet op de dag voor het optreden.
  • Bewaar één actuele versie op een vaste plek, niet vijf varianten in verschillende mappen.
  • Stuur de rider mee met de bevestiging, en nog een keer een week voor de speeldatum.
  • Noteer per boeking de afwijkingen apart, zodat de standaardversie schoon blijft.
  • Vraag na afloop kort wat er misging en pas de rider daarop aan.

Die laatste gewoonte levert op termijn de meeste tijdwinst op. Riders worden zelden slechter door gebruik, maar ze worden alleen beter als iemand de ervaring terugschrijft. Welke fouten daarbij het duurst uitpakken, staat verzameld in het overzicht van de gagefouten die achteraf het vaakst geld kosten.

Vijf minuten controle voor je verstuurt

  1. Staat de versiedatum erop en klopt de bezetting?
  2. Is het podiumplan leesbaar op een telefoon?
  3. Klopt het aantal kanalen met de kanalenlijst?
  4. Staat er bij elk gevraagd stuk backline een alternatief?
  5. Is het dagcontact met naam en nummer ingevuld?
  6. Zijn de afwijkingen voor deze boeking apart genoteerd?

Loop deze zes punten langs voordat je op verzenden drukt. Ze kosten samen minder tijd dan één telefoontje op de speeldag.

Conclusie: een rider is pas af als hij bij de boeking hoort

Een rider die de zaal echt leest, is kort, actueel, functioneel geformuleerd en aan de juiste boeking gekoppeld. Twee pagina's met een helder podiumplan, een kloppende kanalenlijst en een duidelijke verdeling van backline doen meer dan acht pagina's met eisen.

In het boekingsdossier van Gageafspraak hangt de rider als bijlage aan de bevestiging, met versiedatum, en gaat hij automatisch mee bij het versturen en bij de herinnering een week vooraf. Wie de achtergrond van deze artikelen wil weten, vindt die op de pagina van Jimenez Julien. Wil je zien hoe dat voor jouw bezetting werkt, vraag dan een demo aan via het contactformulier; er komt binnen twee werkdagen antwoord.

Verder lezen